Niet-handhaving Wet DBA tot 1 oktober 2021

Geplaatst op: 1 december 2020

In eerste aanleg zou de periode van 1 mei 2016 tot 1 mei 2017 gelden als een overgangsperiode waarin opdrachtgevers en opdrachtnemers (indien nodig) de gelegenheid hadden om hun contracten, werkwijze en processen aan de Wet DBA aan te passen. Eind 2016 is door de staatssecretaris van Financiën toegezegd dat de overgangsperiode in ieder geval tot 1 januari 2018 loopt. Inmiddels is toegezegd dat er niet zal worden gehandhaafd tot 1 oktober 2021.

Webmodule

Begin januari 2021 introduceert Sociale Zaken een webmodule waarmee opdrachtgevers kunnen zien of ze werk mogen laten uitvoeren door een zelfstandige. Het gaat om een pilot van zes maanden. Omdat die proef al een paar maanden eerder had moeten starten, is de handhaving op het gebied van arbeidsrelaties en verkapt werknemerschap uitgesteld.

Besluit handhaving pas na de zomer

In de zomer van 2021 kijkt minister Koolmees of de webmodule als instrument behulpzaam is en wordt er besloten over de eventuele definitieve inzet van de webmodule. ‘Hierbij wordt ook gekeken naar de mogelijkheden voor handhaving, misbruikrisico’s en naar de gevolgen voor de uitvoeringsinstanties.’ Pas na de pilot beslist het kabinet op welk moment de handhaving (gefaseerd) wordt opgestart. ‘Op z’n vroegst is dat 1 oktober 2021. Uiteraard wordt de markt tijdig over zo’n besluit geïnformeerd.’

Toezicht

Dat neemt niet weg dat er nu helemaal geen controle zal zijn, voegt de minister toe. ‘De Belastingdienst en de Inspectie SZW zitten in de tussentijd niet stil. De Belastingdienst houdt toezicht op de arbeidsrelatie in het kader van de loonheffingen, geeft voorlichting en biedt een helpende hand om duidelijkheid te geven wanneer een arbeidsrelatie geen dienstbetrekking is volgens de huidige wet. Contact en overleg met opdrachtgevers kan al tot aanpassing van de werkwijze en dus tot verbetering leiden. Bij het niet opvolgen van aanwijzingen of als er sprake is van kwaadwillendheid, handhaaft de Belastingdienst.’

Kwaadwillendheid

Kwaadwillenden zijn gedefinieerd als een opdrachtgever/opdrachtnemer die opzettelijk een situatie van evidente schijnzelfstandigheid laat ontstaan of voortbestaan, omdat hij weet – of had kunnen weten – dat er feitelijk sprake is van een dienstbetrekking. De handhaving richt zich nu eerst op de ernstigste gevallen: situaties waarin partijen evident buiten het wettelijk kader treden.

Het begrip kwaadwillenden is sinds 1 juli 2018 wel verruimd:

  • Er is sprake van een (fictieve) dienstbetrekking.
  • Er is sprake van evidente schijnzelfstandigheid.
  • Er is sprake van opzettelijke schijnzelfstandigheid.
  • Opdrachtgevers die aanwijzingen van de Belastingdienst niet binnen een redelijke termijn (drie maanden) opvolgen. Deze is per 1 januari 2020 toegevoegd

Het is aan de Belastingdienst om te stellen én te bewijzen dat aan de hiervoor genoemde criteria wordt voldaan.

© 2022 - Ontwerp & Realisatie door FIZZ | Digital Agency